Door het checkpoint

Ik dacht dat de straat van mijn gastfamilie een saaie, ingeslapen straat was. Maar nu, om zes uur `s ochtends staan er plots stalletjes die koffie en koek verkopen. Wie van Bethlehem naar Jeruzalem wil, bijvoorbeeld om te werken, moet hier elke dag in de rij staan. Aan het einde van de straat is namelijk het gat in de muur: het checkpoint waar Palestijnse voetgangers hun paperassen moeten tonen en op explosieven worden gecontroleerd. Als je geen permit hebt, kun je het schudden. Dan heeft aansluiten geen zin.

Voor toeristen is aansluiten ook niet nodig. Wij kunnen immers gewoon in de bus blijven zitten. Er komt dan een piepjong soldaatje de bus in, die ziet dat we allemaal een paspoort vasthouden. Voor de vorm vraagt hij het enige meisje in ons gezelschap dat er Arabisch uit zou kunnen zien of ze haar foto wil tonen en klaar is kees. Het laadruim blijft gesloten en wij mogen verder naar Jeruzalem.

Over de vraag of het voor ons zinvol was om ‘door het checkpoint te gaan’, bestond discussie. Wij hoeven namelijk niet. Als toeristen kunnen we gewoon in de bus blijven zitten. Een piepjong soldaatje komt dan de bus binnen, kijkt naar de paspoorten die we –gesloten- in onze handen houden, controleert even het paspoort van het enige meisje dat Arabisch zou kunnen zijn in het gezelschap. ‘Het is nooit hetzelfde als voor Palestijnen’. Zei de één. ‘Jullie behandelen ze toch wel met respect,’zei de ander. ‘Het is toch een soort pottenkijkerij,’ vond een derde ‘alsof het een soort toeristische attractie is.’ ‘Alleen al het feit dat jullie het vrijwillig doen, is al een fundamenteel verschil.’Dat is allemaal waar.

Toch besluiten Willemijn en ik het te proberen. Niet met de illusie dat we te weten zouden komen ‘hoe het voelde’. Maar gewoon om een beter beeld te krijgen dan geen beeld. We laten de speciale rij voor vrouwen en voor toeristen voor wat ie was en voegen ons tussen de mannen, die ons vriendelijk bleven uitleggen dat dat niet hoefde. Als een kluwen bewogen we ons richting een smalle kooi. Na een minuut of vijftien lukt het ons zelf in die kooi te komen.

Ik gebruik het woord ‘kooi’. Dat is geen beeldspraak. Ik zou niet weten hoe ik het anders moet noemen. Denk aan een constructie van ongeveer twee meter breed en honderd meter lang- hoe lang precies weet ik niet, er was geen enkel punt waarop ik overzicht had. Langer kan ook. De constructie heeft tralies, nergens deuren en is voor het grootste gedeelte onoverdekt. Hier staan de mannen schouder aan schouder tegen elkaar aangedrukt. De doorstroom gaat in golfjes. Elke tien minuten schuif je weer een paar meter op.

Langs de kooi lopen koffieverkopers,  ze geven de bekers door de tralies. Op de grond ligt karton van dozen, waar mensen op kunnen zitten als het lang duurt. Vandaag gaat echter best vlot, vinden we. En we schrikken van die constatering. Zo zeer hebben we ons dus al aangepast aan de realiteit van de rij. En het sufste is: we hebben precies dit voorbeeld eerder gehoord!

Op een gegeven ontstaat er commotie. Mensen gaan aan de kant. Na een poosje zien we waarvoor ze opzij gaan. Een man met een ziek kind baant zich een weg naar voren. Mag die niet in de vrouwenrij? In de toeristenrij? De mannen tegen we we aangedrukt willen allemaal graag een praatje met ons maken. Ze zijn nieuwsgierig naar ons, maar het Engels schiet te kort. ‘Jews not good’, zegt eentje. En daar haalt de psychologie van de rij opnieuw een trucje met ons uit. We keuren niets goed, maar we begrijpen hem. We begrijpen opeens van alles dat we niet willen begrijpen.

Langs de kooi marcheert een man met een bodywarmer. Een international, van een vredesorganisatie zoals het Christian Peacemaker Team dat we in Hebron hebben ontmoet. Hij kijkt of er geen ongeregeldheden zijn. Maar zijn aanwezigheid heeft ook een preventieve werking. Net als de onze, beseffen we eens te meer. Naast onze nieuwsgierigheid hadden we ook een vage notie van solidariteit (‘één zijn met de bewoners van Bethlehem’) krijgt er een concrete bij. Wij voorzien ‘de rij’ van buitenlandse ogen.

Na anderhalf uur houdt de kooi op. We zijn door de muur en staan op een betegeld pleintje. Iedereen rent.  De rij in de kooi bleek de rij voor het checkpoint. Dat is een gebouw met Ikea-architectuur waaraan niets tijdelijks te bespeuren valt. We kunnen we uit twee rijen kiezen. Een voor een moeten we langs een strenge dame die naar onze pas kijkt. Onze tas gaat door een scanner en wij zelf ook. Als ze meer van je willen zien, zijn er verschillende kleine onderzoekskamers. Maar ook als je door de controle bent, kun je niet zomaar weg. Je moet nog door twee kleine ruimtes met zware deuren. Binnen twee uur nadat we in het donker een kooi in zijn gelopen, staan we buiten in het licht. Dat was toch nog een vrij vlotte doorgang, weten we. Even goed had de gang door het checkpoint drie uur geduurd.

Het checkpoint is opgefleurd met posters. Bijvoorbeeld één van de Heilige Grafkerk, met de tekst ‘The Glory of Israel’. Of eentje van de stranden van Eilat. ‘Israel, the time of your life’.

 

Franka

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

3 reacties op Door het checkpoint

  1. Pingback: Check | jeuk

  2. ans spanjer

    Goed stuk Franca,
    Geeft een duidelijke indruk van het geheel van de checkpoints.
    Groetjes
    Ans

  3. Wie van Bethlehem naar Jeruzalem wil, bijvoorbeeld om te werken, moet hier elke dag in de rij staan. Das nog eens anders als voor de bus wachten.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s